
Première Die Flut, Dresden, 1947

Aankondinging van de eerste Amerikaanse radio-uitzending, 7 februari 1946

Eerste zendwagen van RIAS Berlin (1946)

Ingebruikname van vaste lokatie van RIAS Berlin (1946)

Luchtbrug naar het westen (1948)

Directe uitzendingen bij politieke spanningen (1948)
Foto's uit 1946-1948 uit de archieven van de radiozender RIAS Berlin.
Meer informatie over RIAS Berlin
Vloed!
Getijden veranderen, de vloed komt en gaat. In Vloed! spelen de getijden een grote rol in letterlijke en figuurlijke zin. De angst voor het water, de angst voor de ander, de angst voor een crisis. Ben je bang en verzet je je tegen wat komt, handel je vanuit een negatief gevoel, of ben je in staat goed te observeren, je oordeel uit te stellen en er ongeacht externe omstandigheden gewoon ‘te zijn’.
De productie staat vooral stil bij werk van de belangrijke Berlijnse componist Boris Blacher (1904-1975). Centraal staat een kleine opera, de eerste die na de Tweede Wereldoorlog weer klonk in Dresden. Op 14 maart 1947 vertolkt een handvol zangers en een klein ensemble Die Flut van Boris Blacher, gebaseerd op een kort verhaal van Guy de Maupassant. Het is een korte, heftige opera over vier mensen, die onder druk van bijzondere omstandigheden tot verraad en een gruwelijke daad in staat zijn. Een microstudie over macht, onmacht en sociale druk. In Vloed! staat de wereld onder druk, mensen moeten overleven. In de voorstelling staat de opkomende vloed voor de onontkoombare, maar tijdelijke bedreiging en de veranderingen die dat in een groep mensen teweeg brengt.
De tweede productie van KamerOperaProject zal in première gaan tijdens het Grachtenfestival 2011 in Amsterdam en daar drie keer worden getoond. Het Grachtenfestival is tevens coproducent.
Muziek
Vloed! is een coproductie van het Grachtenfestival Amsterdam en KamerOperaProject. De productie omvat twee korte opera’s: Der Mann, der vom Tode auferstand uit 1929 van Karl Amadeus Hartmann en Die Flut uit 1946-7 van Boris Blacher. Verder zijn in de voorstelling losse scènes opgenomen uit Abstrakte Oper nr. 1 uit 1953-1957, ook van Blacher. De laatstgenoemde opera bestaat uit losse, ongebonden scènes waarin steeds een dominante emotie centraal staat, die tot in het absurde wordt uitvergroot. Ook zijn losse liederen en pianomuziek van Blacher ingevoegd en enkele historische radiofragmenten van onder andere de zenders RIAS Berlin en SWR uit de periode 1945-1950.
Programma
Alle werken zijn van Boris Blacher, tenzij anders vermeld:
Voorspel uit Der Mann der vom Tode auferstand (1929) voor piano
Ballade des guten Rates (1944) voor gemengd koor
Der Mann der vom Tode auferstand (1929) van Karl Amadeus Hartmann
Liebe II uit Abstrakte Oper nr. 1 (1953)
Kirschkerne (1947) voor sopraan en piano
Von diesem Kreis (1931) voor bariton en piano
Eerste scène uit Die Flut (1947)
Tempo di minuetto uit Pianosonate nr. 2 (1943)
Des Lebens Karawane (1931) voor bariton en piano
Allegro moderato uit Trois Pièces voor piano (1943)
Tweede, derde en vierde scène uit Die Flut (1947)
Liebe I uit Abstrakte Oper nr. 1 (1953)
Vijfde, zesde en zevende scène uit Die Flut (1947)
Panik uit Abstrakte Oper nr. 1 (1953)
Achtste en negende scène uit Die Flut (1947)
In jener Nacht (1931) voor bariton en piano
Angst (ohne Lachchor) uit Abstrakte Oper nr. 1 (1953)
Tiende en elfde scène uit Die Flut (1947)
Boris Blacher (1903-1975)
Als zoon van Duits-Baltische ouders wordt Boris Blacher geboren in Niu-Chang (China). Zijn vader is bankier en actief op de Russische markt. Als jongen bezoekt hij gymnasia in Irkutsk en Charbin. In 1922 besluiten zijn ouders hem naar Berlijn te sturen om architectuur en wiskunde te studeren. De stad en alle nieuwe culturele ontwikkelingen hebben echter zo’n invloed op de jongeman, dat hij zich al snel afkeert van zijn aanvankelijke studies en zich inschrijft bij de Hochschule für Musik. Daar neemt hij compositielessen bij Friedrich Ernst Koch. Om geld te verdienen speelt hij intussen piano bij stomme films in bioscopen.
Vanaf het einde van de jaren ’20 begint Blacher te componeren. Zijn eerste liederencyclus uit 1931 op teksten van Omar Khayyam laat al direct de kern horen van de muzikale taal van Blacher: spaarzaam in de keuze en behandeling van melodisch materiaal, een precieze dictie, maar zonder kleurloos of ongeïnspireerd te zijn, muziek als epigram met neoklassieke koelheid en uiterst transparant. Elk deel kent een nadrukkelijk, soms onvoorspelbaar verloop. Herhalingen van woorden zijn taboe en elk nieuw deel is weer een nieuwe, complete wereld.
Het oeuvre van Blacher bevat vrijwel alle genres, inclusief muziek bij films en hoorspelen. Hij componeerde voor het Modern Jazz Quartet en experimenteerde tegelijkertijd met elektronische muziek. ‘Ik beschouw mezelf als een componist die niet één enkel pad volgt, maar, afhankelijk van wat ik leuk vind, dan eens zus, dan weer zo componeer: licht of serieus, onderhoudend of experimenteel.’ Tot zijn bekendere werken horen de Concertante Musik (met jazz-motieven)(1936) en de Paganini-variaties voor orkest (1947). Beide stukken staan met enige regelmaat nog steeds op de lessenaars van Duitse orkesten.
Direct na de oorlog wordt Blacher benoemd als compositieleraar aan het Internationalen Musikinstitut in Berlin-Zehlendorf en vanaf 1948 doceert hij compositie aan de Hochschule für Musik. Blacher’s muziek neigt vaak naar parodie en satire en is, vanaf 1949 gebaseerd op zijn eigen compositietechniek, die in de kern neerkomt op variabele ritmen. De pianosuite ‘Ornamente’ (1950) is het meest kernachtige werk dat op deze techniek is gebaseerd. Voor de Berlijnse nieuwe muziek is de status van Boris Blacher te vergelijken met die van Kees van Baaren in Nederland: zelf begenadigd componist en leraar van veel erna volgende, belangrijke componisten. Staat Kees van Baaren aan de basis van de latere Haagse School, zo staat Boris Blacher aan de basis van de carrières van zulke verschillende componisten als Isang Yun, Aribert Reiman, Gottfried von Einem, Arne Mellnäs, George Crumb en Klaus Huber.
In 1968 wordt Blacher benoemd als president van de Akademie der Künste in Berlijn. Op 30 januari 1975 sterft Boris Blacher op 72-jarige leeftijd in diens vertrouwde Berlijn.
De kern 
Begin van de voorstelling: de bankier en zijn radio
De bankier stelt zich voor aan het publiek. Hij neemt ons mee naar het jaar 1947, de Oostzee, ten noorden van Berlijn. Hitler is niet meer. Duitsland ligt in puin. De bankier nodigt ons uit om, bij wijze van Brechtiaans leerstuk, kennis te nemen van zijn succes en zijn ondergang. In zeven wijze lessen zal het publiek leren ‘hoe een groot bankier te worden en vooral ook te blijven’.
De radio gaat aan. We horen de eerste levenstekenen uit de gebroken stad Berlijn: RIAS Berlin (Rundfunk im amerikanischen Sektor). De bankier zit aan de radio gekluisterd en zoekt de goede zender. Zo horen we een compilatie van de eerste uitzendingen van RIAS Berlin en begint Der Mann der vom Tode auferstand van Karl Amadeus Hartmann. De jonge vrouw van de bankier loopt de woning rond met strandspullen en pakt buiten de auto in voor een uitstapje naar zee. De bankier helpt aanvankelijk mee, maar wordt dan gegrepen door een hoorspel op de radio. Hij zakt onderuit in een luie stoel, valt half in slaap en beluistert het knappe hoorspel, waarin een aantal revolutionairen optrekken naar de stad, op zoek naar het ‘kapitaal’. Eén revolutionair (tenor) voert de groep aan.
De bankier denkt dat dit echt gebeurt en raakt in paniek. Zeker wanneer er ook nog buiten driftig geclaxoneerd wordt en er heftig op de voordeur wordt gebonst. Dan kondigt een radiostem het einde van het hoorspel aan. De bankier ontwaakt en beseft dat het zijn vrouw is die aan de deur staat, boos op zichzelf dat ze de voordeursleutel heeft vergeten, boos op hem dat hij niet open doet.
De vrouw van de bankier irriteert zich mateloos aan haar man en herinnert zich een komische scène uit het Berlijnse uitgaansleven. Bijna had ze het hoofd van een knappe jongeman op hol doen slaan (Liebe II), maar uiteindelijk had hij toch gekozen om met twee nog knappere jongedames (Kirschkerne) het bed te delen. Hoe anders had haar leven kunnen verlopen …
Tweede deel: het strand, de tocht en de vloed
De volgende episode speelt zich af op het strand. We maken kennis met de melancholische visser. Hij kijkt uit over de zee (Von diesem Kreis), richting het wrak dat droogvalt bij eb. Dan volgen de bankier en zijn geliefde, die uitgebreid de spulletjes uitpakken die ze in het eerste deel inpakten. Op het strand verschijnt ook een sportieve jongeman en nog enkele andere badgasten. De visser stelt voor een excursie te maken naar het scheepswrak voor de kust. De bankier ervaart het als ‘verlorene Aktien, verlornes Geld’, maar volgt. De visser waarschuwt dat het een kort bezoek moet zijn. Voor de vloed moeten ze terugkeren naar de kust. Het hele gezelschap volgt de visser het wad op. De sportieve jongeman klimt als eerste op het wrak (Lebenskarawane) en ontpopt zich als een sportschoolhouder. Hij geeft iedereen een gratis fitness-oefening (Allegro moderato). De bankier klimt zuchtend en steunend als laatste op het wrak.
De visser vertelt over de geschiedenis van het schip en er ontspint zich weldra een voorzichtige liefde tussen de visser en de vrouw van de bankier, op zoek naar een ‘pure man’. Het gezelschap ziet dit, maar schept er behagen in om dit vooral te laten gebeuren en de bankier af te leiden. In een komische choreografie vertellen twee, gelukkig gehuwde reisgenoten hoe het hen steeds lukt om de ontrouwe partner toch steeds weer aan zich te binden (Liebe I)
Dan komt de vloed opzetten en de groep is te laat om terug te keren naar het vasteland. Er ontstaat paniek. De bankier probeert de jongeman met geld te verleiden om toch het wrak te verlaten hulp te gaan halen, maar de jongeman durft dat niet. Tijdens de vloed verdiept zich de liefde tussen de visser en de vrouw.
Dit tweede deel eindigt met het ontregelende Panik. Niemand vertrouwt elkaar meer. Ultieme verwarring. Het water blijft maar stijgen. Is dit het einde? Alleen de visser en de bankiersvrouw blijven de rust zelve. .
Derde deel: eb, dood van de bankier en epiloog van de visser
De visser is de eerste die bespeurt dat het water weer zakt. De bankier is buiten zinnen van enthousiasme: ‘… das ist ganz vortrefflich. Das ist noch besser, als wenn alle Aktien steigen!’ Nu het gevaar wijkt begint de jongeman intens te verlangen naar het vele geld dat de bankier hem zojuist heeft laten zien. En eist het op. Er ontstaat een korte, heftige schermutseling. De jongeman steekt de bankier met een mes neer.
Nog één keer richt de bankier zich tot het publiek (In jener Nacht). Het gezelschap ziet voor het eerst het lijk en reageert heftig (Angst ohne Lachchor). De groep lijkt zich over het lichaam te ontfermen, maar onderlinge disputen over wat te doen krijgen de overhand. Uiteindelijk doet niemand iets, blijft de bankier liggen en trekt het gezelschap zich laf terug. Geen oplossing en het probleem wordt vermeden. Het gezelschap verlaat het wrak.
Dat geldt ook voor de vrouw en de sportieve jongeman. Zij kiest niet voor het lijk, maar voor de nieuw verworven rijkdom van de sportschoolhouder. Samen verlaten ook zij het wrak.
De visser blijft alleen achter en bedekt het lijk van de bankier met een laken. Hij wacht vergeefs op de bankiersvrouw die heeft beloofd terug te keren. Hij zingt een prachtige, gevoelige aria: ‘… und ich werde in ihre Augen blicken, die so tief sind wie die Wellen im Sonnenlicht.’ Ze komt niet en ze zal ook niet komen. Het gezelschap, weer veilig aan land, vergelijkt in een ff-eindigend crescendo dat alles wat we als publiek gezien hebben vergeleken kan worden met zeepbellen die uit elkaar spatten als ze maar hoog genoeg naar de hemel streven. De visser: hij is te goed voor deze wereld .
Uitvoerenden
KamerOperaProject heeft in 2009 twee audities voor zangers georganiseerd voor de productie Vloed!. Dat heeft vijf uitstekende solisten opgeleverd. Momenteel zijn we nog op zoek naar nog een extra bariton en twee tenoren. Daarvoor worden in het najaar van 2010 nog aanvullende audities gehouden. De inschrijving staat nog open. Serieuze belangstellenden kunnen zich melden door contact op te nemen via email (zie contactpagina). Stuur een pasfoto mee en een zo helder mogelijke beschrijving van je stem en je podiumervaring. Affiniteit met modern Duits repertoire en een heldere tekstvoordracht strekken tot aanbeveling. Voorafgaand aan de audities krijg je enkele partituren thuis gestuurd.
Gezien de aard van het project en de ervaringen in I’m very lonely in my way, kun je rekenen op een heel intensief programma met veel leermomenten. De repetities zullen zowel geleid worden door een ervaren zangcoach als een ervaren regisseur. Eenmaal geselecteerd ga je een contract aan dat leidt tot ca. zeven voorstellingen in uitstekende zalen in Nederland.
Virtuoos David Kweksilber en de pianisten Jeroen Sarphati en Kimball Huigens zullen een instrumentaal ensemble samenstellen en de instrumentale begeleiding voor hun rekening nemen.
Speellijst
De productie zal in première gaan in augustus 2011 tijdens het Grachtenfestival in Amsterdam en twee keer herhaald worden.
Financiering
De financiering van de productie is rond. Het is alleen nog wachten op een bijdrage van het Amsterdams voor de Kunst. Verder is het zaak om definitief uitsluitsel te verwerven over de exacte omvang en inrichting van het Grachtenfestival 2010. Naar verwachting zal medio november 2009 definitief duidelijk zijn of de productie doorgang kan vinden.
Noot: de kleurenafbeeldingen op deze pagina zijn afkomstig uit de registratie van Die Flut in een enscenering van Heidi Mottl, Berlijn 2002.