
Flyer van I´m very lonely in my way

Recensie van I´m very lonely in my way, januari 2007
Esther Huismans in Orchids
Recensie van I´m very lonely in my way, januari 2007
Samuel Barber (1910-1981)

Jenny Haisma en Martijn Frankena in Rorem´s Four Dialogues - In the Subway

Ned Rorem (1923-)

Introduction to Foss´ party ...
Lukas Foss (1922-)

Suzanne Lena en Frank Hermans in A Hand of Bridge
Omslag van Andy Warhol van eerste uitgave van A Hand of
Bridge (Schirmer, 1961)

Matthijs Frankena verleidt Jenny Haisma in Four Dialogues
Affiche van het Festival dei due mondi, Spoleto 1959,
waar A Hand of Bridge in première gaat
I'm very lonely in my way
In
2007 heeft KamerOperaProject een productie rond drie korte Amerikaanse
opera´s geproduceerd en in premiere gebracht. Het hart van de
productie bestaat uit A
Hand of Bridge
van Samuel Barber (9 minuten), Four
Dialogues
van Ned Rorem (20 minuten) en
Introductions & Goodbyes van
Lukas Foss (9 minuten). Om deze werken heen zijn liederen van Barber en
Rorem geprogrammeerd.
Tezamen geven de drie operaatjes een komische én kritische blik op de
Amerikaanse samenleving in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De muziek
is direct en toegankelijk geschreven. Het publiek ziet twee pianisten
en zeven zangers, te weten twee sopranen, een mezzo-sopraan, twee
tenoren en twee baritons. Elke zanger heeft een rol in een van de drie
kameroperaatjes en zingt daarnaast enkele liederen van Rorem of Barber.
De zangers kunnen dus niet alleen in ensemble maar ook solo beluisterd
worden. De liederen zijn op subtiele wijze in de enscenering
van de
operaatjes getrokken en zijn te zien en te beluisteren als de
verdieping van de karakters van de hoofdpersonen.
Meer informatie over de muziekhistorische betekenis van de drie opera's: I'm very lonely in my way, een essay door Paul Oomens.
Programma
Barber Two-Step uit Souvenirs op. 28 (versie voor 2 piano´s)Rorem As Adam, Early in the Morning
Rorem The Waking
Rorem Night Crow
Rorem For Poulenc
Rorem I Strolled Across an Open Field
Barber Night Wanderers
Bowles Sugar in the Cane
Barber Un poco allegro uit Excursions op. 20 voor piano
Barber A Hand of Bridge
Rorem Orchids
Barber With Rue My Heart Is Laden
Rorem Snake
Feldman Only
Rorem To You
Barber Sure On This Shining Night
Rorem Four Dialogues
Rorem Early In the Morning
Barber Love At the Door
Barber A Nun Takes the Veil
Rorem I am Rose
Bernstein Piccola Serenata
Foss Introductions and Goodbyes

De kern
A Hand of BridgeVier vrienden spelen bridge aan
een vierkante tafel. De
opera begint met het kaartspel zelf, maar al snel verschuift de
aandacht naar wat elk van de vier écht bezig houdt. Sally
(mezzo-sopraan) kan aan niet anders denken dan een exuberante hoed die
ze wil kopen: ‘I think I’ll buy that hat of peacock
feathers.’ Haar echtgenoot, Bill (tenor), vraagt zich af of
Sally weet heeft van zijn overspel met de schone Cymbeline: ‘Cymbeline,
Cymbeline, where are you tonight?’ Geraldine (sopraan) voelt
zich in de steek gelaten door zowel echtgenoot David als voormalige
minnaar Bill. Weemoedig vraagt ze zich af waarom ze niet meer tijd
heeft gevonden om voor haar stervende moeder te zorgen. David
(bariton), tenslotte, vastgelopen in zijn werk, dagdroomt over naakte,
Nubische slavinnen en een marteling van zijn baas Mr. Pritchett. Maar,
tegen het einde van de opera, geeft David toe dat zijn leven er niet
heel veel anders uitziet als hij rijk zou zijn: ‘… if I were
rich as Morgan, I’d still play bridge each evening with Sally and
Bill—or Mr. Pritchett…’
Bedoeld voor vier zangers en kamerorkest, voert KamerOperaProject het
werk uit in een versie met uitsluitend pianobegeleiding. De
componist
heeft zelf deze pianobewerking gemaakt. De opera is in première gegaan
op 17 juni 1959 in Spoleto (Italië).
Meer informatie:
Looking behind
the faces in Samuel Barber’s A Hand of Bridge
an essay by Elizabeth Smith
Download
deze tekst in PDF-formaat
Four Dialogues
Een man ontmoet een vrouw in de metro. Terwijl twee
piano’s een sfeerbeeld oproepen van piepende metrostellen, slaan man en
vrouw luidruchtig aan het flirten. Aantrekken en afstoten. De scène
eindigt met een absurde wending: ‘[Woman] … you must stop
this or I’ll probably smother, and I am already engaged to be married
to another. [Man] Then you’ll come? [Woman] Yes, I’ll come.’
De tweede scène is een verleidingscène in een auto op een parkeerplaats
op een luchthaven: [Woman] What a lovely car! What a lovely
parking lot!’ De twee piano’s laten een luie wals horen,
terwijl de sopraan bezwijkt voor de tenor en vice versa.
Zonder pauze ontvlamt in de derde scène een echtelijke ruzie:
kletterende klavieren, schreeuwende vrouw, grommende man. En dat
allemaal naar aanleiding van het verwijt dat hij haar maakt over een
gekreukte krant. ‘[Man] Do you have an idea of my kind of
annoyance?’ Een ruzie om niks, maar ongekend fel.
Tenslotte, in de vierde scène, gaan de twee uit elkaar. De man vertrekt
naar Spanje en de vrouw blijft achter in New York. Over de oceaan
zingen ze naar en over elkaar. Beiden verwonderen zich over liefde,
jaloezie en wat ze het beste kunnen gaan doen. En alles eindigt in
stille emotie. In een mooi slotduet durft zij haar gevoelens het meest
direct te benoemen: ‘I’m very lonely in my way.’
Hij houdt het op het stoere: ‘… though it’s lonely in its
way.’ Aan dit slotduet is de titel van de productie
ontleend.
De opera is in première gegaan in een privé-paleis op 23 maart 1955 in
Rome. Ned Rorem schreef de partituur voor twee zangers en twee piano’s
en het is ook in deze oorspronkelijke versie dat KamerOperaProject het
operaatje uitvoert.
Meer informatie:
Four
Dialogues: I’m very lonely in Rorem’s way
an essay by Elizabeth Smith
Download
deze tekst in PDF-formaat
Introductions & Goodbyes
Een ober prepareert een tafel. Hij mixt Martini’s,
poetst en zet glazen klaar. Hij verdwijnt. De heer McC. (bariton)
verschijnt, inspecteert de tafel. De deurbel gaat. McC opent de deur en
verwelkomt Miss Addington-Stitch en graaf De la Tour-Tournée. ‘How
do you do, Miss Addington-Stitch. How do you do, Comte de la
Tour-Tournée.’ Hij laat het echtpaar binnen, waarna de
deurbel opnieuw gaat. McC laat de nieuwe gasten binnen en stelt ze voor
aan de gasten die al aan de Martini’s nippen. Op deze wijze laat McC
negen gasten binnen, met als hoogtepunt, eregast en draaipunt in de
opera: Generaal Ortega y Guadalupe. Op dat moment nemen de eerste
gasten alweer afscheid: ‘Mrs. Wilderkunstein, General Ortge
y Guadalupe. Good-bye, Mrs. Wilderkunstein.’ Als laatste
neemt de generaal afscheid van de gastheer. De gastheer blijft alleen
achter.
Alleen gastheer McC. zingt. De negen gasten zijn de zangers die eerder
die avond te zien zijn geweest, zodat in deze laatste opera alle
uitvoerenden samenkomen. De zangers hebben slechts enkele unisono How
do you do’s en Good-bye’s te zingen.
Verder schudden ze handen, lachen, spelen pantomime. Daarmee is deze
opera volgens Lukas Foss ‘een theatrale abstractie van een
cocktail party die teruggebracht is tot zijn kale kern: een bijeenkomst
waar men welkom wordt geheten - en tot ziens wordt gewenst.’
Omdat alle zangers weer op toneel verschijnen, vormt deze opera een
mooie afsluiting van het programma.
De opera is op 5 mei 1960 in première gegaan in New York onder leiding
van Leonard Bernstein. De opera kan uitgevoerd worden in een versie
voor kamerorkest, een versie voor twee piano’s en xylofoon of een
versie voor twee piano’s. KamerOperaProject kiest voor
de versie voor twee piano’s.
Meer
informatie:
Crescendo
and decrescendo in Lukas Foss’ Introductions and Goodbyes
an essay by Elizabeth Smith
Download
deze tekst
in PDF-formaat

Uitvoerenden
Esther Huisman (sopraan)
Esther Huisman studeerde in 2000 af aan het Koninklijk Conservatorium
in Den Haag bij Rita Dams en Lenie van den Heuvel (hoofdvak solozang).
Zij nam deel aan verschillende workshops en masterclasses van Meinard
Kraak, Elly Ameling,
Diane Forlano, Barbara Pierson en Philip Curtis.
Ze zong in het Groot Omroep Koor in verschillende projecten, en de Hohe
Messe van J.S. Bach o.l.v.Ton Koopman. Zij is freelancer bij De
Nederlandse Opera. Met pianist Jetze Dubbelman legde Esther zich toe op
uitvoering van het Franse romantische lied. Tegenwoordig werkt zij
samen met pianist Ian Gaukroger. Esther soleert regelmatig in grotere
en kleinere produkties met koor en orkest, o.a. als Hanne in Die
Jahreszeiten van Haydn, Ilia in Idomeneo van Mozart, en Giselda in I
Lombardi van Verdi. Vanaf 2002 is Charles van Tassel van vocale
coach.
Jenny Haisma (sopraan)
In 1987 begon Jenny Haisma haar zangstudie aan het Leeuwarder Conservatorium bij Maria Rondèl. Erna studeerde zij bij alt/mezzo Sylvia Schlütter aan het Rotterdams Conservatorium. Na haar studie volgde zij lessen bij Ingrid Voermans volgens het Lichtenberger Institut, en momenteel volgt ze lessen bij Paula de Wit. Afgelopen jaren zong zij in cantates en passionen van Bach, Die Schöpfung van Haydn, de Messiah van Händel, het Requiem en missen van Mozart, de Paulus van Mendelssohn de petite Messe Solemnelle van Rossini en Ein Deutsches Requiem van Brahms. In samenwerking met het pianoduo Post en Mulder, Hafid Bouazza en David Dramm voerde zij ’Het monster met de twee ruggen’ uit. Jenny Haisma werkte mee aan de Nabucco van Verdi in Ahoy, Rotterdam en L’elisir d’amore van Donizetti in Spanga, Friesland. Ook was zij te zien in de productie Achnaton van P. Glass in samenwerking met het Nederlands Balletorkest. Daarin speelde ze een van de zes dochters van Achnaton. Jenny werkt als zangpedagoge in de Lutherse Kerk in Rotterdam en is ook verbonden aan Unisono/kunstgebouw en het Randstedelijk zanginstituut.
Suzanne Lena
(mezzosopraan)
Suzanne Lena is sinds
2005 leerling van Paula de Wit en volgde lessen
bij Connie de Jongh. In 2004 nam ze deel aan een lied-masterclass van
Margreet Honig en Kelvin Grout in Vredenburg te Utrecht. Eind 2004 gaf
ze in de Laurenskerk te Rotterdam haar eerste klassieke recital met
liederen van Schumann, Schubert en Brahms, begeleid door pianiste
Eva-Maria Rauter. Suzanne studeerde jazz en pop aan de Hogeschool voor
de kunsten in Utrecht en is in 2002 aan het Rotterdams Conservatorium
afgestudeerd in Braziliaanse muziek, waarna zij zich is gaan richten op
een vervolgstudie in de klassieke muziek. Haar podium- en
praktijkervaring heeft ze ondertussen opgedaan in de lichte sector, en
stond als lid van de Edison- en Essent Award-winnende band Electro Côco
in 2004 op o.a. het North Sea Jazz Festival en het Lowlands Festival.
In 2005 trad zij op met Josee Koning en het Metropole Orkest in de
Philharmonie te Haarlem. Verder schrijft zij als singer/songwriter (www.suzannelena.com)
haar eigen muziek, waarin diverse invloeden te horen zijn.
Matthijs Frankena (tenor)
Matthijs Frankena heeft als kind lang viool gespeeld, en kwam pas
tijdens zijn studie Chinees in aanraking met zang. Na een aanvankelijk
aarzelend begin begon hij eerst met zangles bij Gertjan Arentsen, en
heeft nu les bij Ron Murdock. Ook volgde hij workshops bij Paula de
Wit. Met regisseur David Prins werkte hij aan gedurfd zingen en spelen.
Op dit moment is hij o.a. lid van het Bachkoor Holland en het Liszt
Ferenc Koor. Hij zong mee in het Viable Operakoor in de productie
Nabucco. Hij kent een brede interesse, van Renaissance tot en met de
21e eeuw.
Emile van der Peet (tenor)
Emile van der Peet studeerde zang bij Mia Besselink en Frans
Kokkelmans.
aan het Maastrichts Conservatorium, waar hij overigens ook klassiek
saxofoon studeerde . Hij volgde masterclasses bij o.a. Robert Holl en
Adrian Thompson. Na het conservatorium volgde hij lessen bij de
Amerikaanse zangeres Sheila Barnes. Emile van der Peet zingt bij het
vocaal ensemble Capella Isalana en was tenor-solist bij, met name,
oratorium-uitvoeringen. Hij zong o.a. in Stainer’s “The Crucifixion”
met het vocaal ensemble Haags Ad Hoc en met het Orchester Westdeutscher
Symphoniker in Schubert's Es-dur Mis te Düsseldorf.
Frank Hermans (bariton)
Frank Hermans studeerde schoolmuziek en zang bij Hans Smout, Marius van
Altena en Bernard Kruysen, en kerkmuziek aan het Brabants
Conservatorium in Tilburg. Sinds 1996 volgt Frank zanglessen bij Paula
de Wit en sinds 2004 wordt hij met enige regelmaat gecoacht door Jard
van Nes. Cursussen volgde Frank onder andere bij Paula de Wit, David
Wilson-Johnson en Jard van Nes. Sinds 2002 heeft Frank een vast duo met
Frans van Tuijl (piano) met wie hij onlangs zijn tweede CD met
romantisch liedrepertoire op nam. Binnenkort treden ze samen op voor de
Stichting Muziek In Huis.
Frank werkt op Factorium in Tilburg en Oisterwijk als zangdocent en is
daarin ook als freelancer actief. Verder zingt hij met enige regelmaat
bij de koren van de Nederlandse Bach Vereniging en Ensemble Lyrique en
treed hij regelmatig als solist op in oratoria in het zuiden van
Nederland.
Coert van den Berg (bas-bariton)
De bas Coert van den Berg behaalde zijn tweede-fase diploma in 2003 bij
Felix Schoonenboom en Cora Canne Meyer. Momenteel wordt hij gecoacht
door Charles van Tassel en Alison Pearce. Masterclasses volgde hij o.a.
bij Charlotte Margiono, Roberta Alexander, Julia Hamari (Wenen), Max
van Egmond en Jard van Nes. Coert is een veelgevraagd concertsolist,
onder andere zong hij de Christuspartij in Bach’s Johannes-Passion en
Mattheus-Passion en aria’s uit het Stabat Mater en Schöpfung van Haydn.
Hij verleent regelmatig zijn medewerking als ensemble-zanger in
Cappella Amsterdam en De Nederlandse Bachvereniging. In zowel
geënsceneerde als in concertante uitvoeringen is Coert onder meer te
horen geweest als Sarastro in Mozart’s Zauberflöte, als Osmin in
Mozart’s Der Entführung aus dem Serail, Charon in de Orfeo van
Monteverdi en als Mustafa in Rossini’s L‘Italiana in Algeri. Ook deed
hij mee aan verschilldende cd-opnames waaronder het requiem van Mozart,
opera’s van Händel en hedendaagse muziek van o.a. Alex Manassen, Jan
Vriend en Jan Welmers.
Jeroen Sarphati (piano)
Jeroen Sarphati studeerde piano bij Jan Wijn en liedbegeleiding bij
Rudolf Jansen aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde
masterclasses van zangers als Barbara Bonney en Robert Holl en van
liedbegeleiders als Hartmut Höll en Irwin Gage. Hij was winnaar van de
Vriendenkrans van het Concertgebouw in 1997 met Valerie Guillorit en in
2001 met Mattijs van de Woerd. Jeroen Sarphati gaf recitals in
belangrijke zalen als de Beurs van Berlage, de Brusselse Muntschouwburg
en de Hermitage te St. Petersburg. In het Concertgebouw was hij te
horen met onder anderen Elly Ameling, Maarten Koningsberger en Xenia
Meier. Hij speelde op onder meer het Gergiev Festival, het Rhijnauwen
Kamermuziekfestival en in 2005 treedt hij op tijdens het
Grachtenfestival en het Hortusfestival.
Kimball Huigens (piano)
Kimball Huigens begon zijn pianostudie bij twee Poolse pianopedagogen,
achtereenvolgens Konrad Dabrovski en Hannah Sczeblevska. Vervolgens
studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, tijdens de
vooropleiding bij Marcel Baudet, en tijdens de eerste en tweede fase
bij Håkon Austbø. Daarnaast volgde hij lessen bij Peter Feuchtwanger,
Eugen Indic, Georgy Nador en Bernd Brackman. Ook volgt hij in Berlijn
regelmatig masterclasses bij Yelena Richter, lerares aan het Moskou's
conservatorium.
Kimball speelde in de productie van 'Alice in
wonderland' in Carré, en met het Mondriaankwartet in 'De man die zijn
vrouw voor een hoed hield' van Michael Nyman. Hij geeft regelmatig
concerten met de zangers Elisa Roep, Saskia Macris, Ruben Gerson,
Charles Hens en Annet Lans. Kimball heeft een vast duo met saxofoniste
Hester Cnossen en met celliste Christina Kellenberger en concerteerde
met tal van andere solisten, onder wie Mikhail Zemtsov (altviool), Igor
Orlovski (viool) en Stephan Heber (cello). Hij gaf concerten in de
kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam, Vredenburg in Utrecht,
de Ruïnekerk in Bergen, de Philipszaal in Eindhoven, de grote zaal van
het conservatorium te Orléans, en het huis van de componisten in
Yerevan (Armenië).
Als solist heeft Kimball de speciale missie op zich
genomen de muziek van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) in Nederland de
roem te brengen die het volgens hem verdient. Hij speelde reeds een
groot deel van diens pianosolorepertoire, zowel de kamermuziek als de
liederen van Sjostakovitsj. Ter ere van Sjostakovitsj' 100 e
geboortejaar voert Kimball Huigens in 2006 al zijn pianosolomuziek uit.
In september 2006 organiseert hij een heel festival met kamermuziek,
liederen en solowerken in Amsterdam, in de Beurs van Berlage, het
Concertgebouw, het Muziekgebouw aan 't IJ en het filmmuseum. Daarnaast
speelt Kimball regelmatig pianorecitals met romantisch repertoire.
Elsina Jansen (operaregie)
Elsina Jansen studeerde theaterwetenschap aan de Universiteit van
Amsterdam en aan de University of Kent in Canterbury. Al tijdens de
studie ging haar voorkeur uit naar kleinschalige opera en
muziektheater. Ze maakte haar regiedebuut in 1999 met “La Voix Humaine”
van Poulenc met sopraan Valérie Guillorit, dat o.a. in het Institut
Néerlandais in Parijs speelde. In 2001 maakte zij met vier zangers en
een pianist de voorstelling “De Rossini’s”. Deze voorstelling speelde
o.a. op het Grachtenfestival 2001 in Amsterdam en in seizoen 2002/2003
in een aantal schouwburgen in Nederland. In de zomer van 2004 maakte
zij met haar eigen stichting Opera op Zak de eenakter “Een Faun” van
Gerald Cockshott in de tuin van Museum van Loon in Amsterdam. In
augustus 2005 regisseerde zij “Hereneiland” van Joseph Horovitz , in
samenwerking met het Grachtenfestival. Ook maakte ze voor datzelfde
festival een muziektheatervoorstelling voor kinderen, “Pierlala”. Haar
eerste grote zaalproductie, de opera “Nixon in China” van John Adams
uitgevoerd in de Theaterfabriek in Amsterdam in juli 2005 kreeg lovende
recensies in de landelijke pers. Tot haar toekomstplannen behoren de
regie van een geënsceneerde liederenavond rond dichter Heinrich Heine,
een voorstelling met Opera op Zak voor het kameroperafestival in 2007
en een grote nieuwe opera “Dulcinea” van componist Keith Beal in 2008.
Charles van Tassel (zangcoach)
Bariton. Na zijn debuut in Chicago met de Contemporary Players zong hij
verschillende bariton-rollen in Duitse uitvoeringen van opera’s,
operettes en musicals. In Nederland, waar hij sinds 1975 woont, heeft
hij opgetreden met onder andere het Concertgebouworkest, het Rotterdams
Philharmonisch Orkest, het Residentie orkest, de Nederlandse Opera
Stichting en de Nationale Reisopera. Hij trad op in het Holland
Festival en werkte mee aan veel radio-, televisie- en plaat-opnames.
Hij is bekend als liederen- en oratorium-zanger en als vertolker van
hedendaags repertoire
Speellijst
13 januari 2007 20.30 uur - Theater Zwembad De
Regentes – Den Haag
20 januari 2007 20.30 uur - Amstelkerk – Amsterdam
21 januari 2007 16.00 uur - Amstelkerk – Amsterdam
28 januari 2007 20.30 uur - Concordia – Enschede
Financiering
De productie I’m very lonely in my way werd financieel mogelijk gemaakt door Van Bylandt Stichting, J.C.P. Stichting, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds Amateurkunst en Podiumkunsten, Thuiskopiefonds, VSBfonds, Andriessen Piano’s-Vleugels, Theater De Regentes, Casema Cultuur Fonds en Gemeente Den Haag.



