Samuel_Barber
Samuel Barber (1910-1981)


Ned-Rorem
Ned Rorem (1923-)


Lukass-Foss
Lukas Foss (1922-)



handofbridge
Omslag van Andy Warhol van eerste uitgave van A Hand of Bridge (Schirmer, 1961)


<
festival
Affiche van het Festival dei due mondi, Spoleto 1959, waar A Hand of Bridge in première gaat


omslag Four Dialogues
Omslag van eerste uitgave van partituur van Four Dialogues (Boosey & Hawkes, 1969)



omslag Introductions and Goodbyes
Omslag van eerste uitgave van partituur van Introductions and Goodbyes (Fischer, 1961)


portrait_rorem
Een portret van Ned Rorem door Jean Cocteau (1951)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Esther Huisman

Esther Huisman

Jenny Haisma

Jenny Haisma

Suzanne Lena

Suzanne Lena

Matthijs Frankena

Matthijs Frankena

Emile van der Peet

Emile van der Peet

Frank Hermans

Frank Hermans

Coert van de Berg

Coert van den Berg

Jeroen Sarphati

Jeroen Sarphati

Kimball Huigens

Kimball Huigens

Elsina Jansen

Elsina Jansen

Charles van Tassel

Charles van Tassel


I'm very lonely in my way

 

Programma

Programma


De kern

Het hart van het programma bestaat uit A Hand of Bridge van Samuel Barber (9 minuten), Four Dialogues van Ned Rorem (20 minuten) en Introductions & Goodbyes van Lukas Foss (9 minuten). Om deze werken heen zijn liederen van Barber en Rorem geprogrammeerd.

Tezamen geven de drie operaatjes een komische én kritische blik op de Amerikaanse samenleving in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De muziek is direct en toegankelijk geschreven. Het publiek ziet twee pianisten en zeven zangers, te weten twee sopranen, een mezzo-sopraan, twee tenoren en twee baritons. Elke zanger heeft een rol in een van de drie kameroperaatjes en zingt daarnaast enkele liederen van Rorem of Barber. De zangers kunnen dus niet alleen in ensemble maar ook solo beluisterd worden. De liederen zullen op subtiele wijze in de enscenering van de operaatjes worden getrokken.

Meer informatie over de muziekhistorische betekenis van de drie opera's:
I'm very lonely in my way, een essay door Paul Oomens. Download deze tekst in PDF-formaat.


A Hand of Bridge
Vier vrienden spelen bridge aan een vierkante tafel. De opera begint met het kaartspel zelf, maar al snel verschuift de aandacht naar wat elk van de vier écht bezig houdt. Sally (mezzo-sopraan) kan aan niet anders denken dan een exuberante hoed die ze wil kopen: ‘I think I’ll buy that hat of peacock feathers.’ Haar echtgenoot, Bill (tenor), vraagt zich af of Sally weet heeft van zijn overspel met de schone Cymbeline: ‘Cymbeline, Cymbeline, where are you tonight?’ Geraldine (sopraan) voelt zich in de steek gelaten door zowel echtgenoot David als voormalige minnaar Bill. Weemoedig vraagt ze zich af waarom ze niet meer tijd heeft gevonden om voor haar stervende moeder te zorgen. David (bariton), tenslotte, vastgelopen in zijn werk, dagdroomt over naakte, Nubische slavinnen en een marteling van zijn baas Mr. Pritchett. Maar, tegen het einde van de opera, geeft David toe dat zijn leven er niet heel veel anders uitziet als hij rijk zou zijn: ‘… if I were rich as Morgan, I’d still play bridge each evening with Sally and Bill—or Mr. Pritchett…’

Bedoeld voor vier zangers en kamerorkest, zal de opera uitgevoerd worden in een versie met uitsluitend pianobegeleiding. De componist heeft zelf deze pianobewerking gemaakt. De opera is in première gegaan op 17 juni 1959 in Spoleto (Italië).

Meer informatie:
Looking behind the faces in Samuel Barber’s A Hand of Bridge
an essay by Elizabeth Smith
Download deze tekst in PDF-formaat

Four Dialogues
Een man ontmoet een vrouw in de metro. Terwijl twee piano’s een sfeerbeeld oproepen van piepende metrostellen, slaan man en vrouw luidruchtig aan het flirten. Aantrekken en afstoten. De scène eindigt met een absurde wending: ‘[Woman] … you must stop this or I’ll probably smother, and I am already engaged to be married to another. [Man] Then you’ll come? [Woman] Yes, I’ll come.’
De tweede scène is een verleidingscène in een auto op een parkeerplaats op een luchthaven: [Woman] What a lovely car! What a lovely parking lot!’ De twee piano’s laten een luie wals horen, terwijl de sopraan bezwijkt voor de tenor en vice versa.

Zonder pauze ontvlamt in de derde scène een echtelijke ruzie: kletterende klavieren, schreeuwende vrouw, grommende man. En dat allemaal naar aanleiding van het verwijt dat hij haar maakt over een gekreukte krant. ‘[Man] Do you have an idea of my kind of annoyance?’ Een ruzie om niks, maar ongekend fel.

Tenslotte, in de vierde scène, gaan de twee uit elkaar. De man vertrekt naar Spanje en de vrouw blijft achter in New York. Over de oceaan zingen ze naar en over elkaar. Beiden verwonderen zich over liefde, jaloezie en wat ze het beste kunnen gaan doen. En alles eindigt in stille emotie. In een mooi slotduet durft zij haar gevoelens het meest direct te benoemen: ‘I’m very lonely in my way.’ Hij houdt het op het stoere: ‘… though it’s lonely in its way.’ Aan dit slotduet is de titel van de productie ontleend.

De opera is in première gegaan in een privé-paleis op 23 maart 1955 in Rome. Ned Rorem schreef de partituur voor twee zangers en twee piano’s en het is ook in deze oorspronkelijke versie dat het operaatje wordt uitgevoerd.

Meer informatie:
Four Dialogues: I’m very lonely in Rorem’s way
an essay by Elizabeth Smith
Download deze tekst in PDF-formaat


Introductions & Goodbyes
Een ober prepareert een tafel. Hij mixt Martini’s, poetst en zet glazen klaar. Hij verdwijnt. De heer McC. (bariton) verschijnt, inspecteert de tafel. De deurbel gaat. McC opent de deur en verwelkomt Miss Addington-Stitch en graaf De la Tour-Tournée. ‘How do you do, Miss Addington-Stitch. How do you do, Comte de la Tour-Tournée.’ Hij laat het echtpaar binnen, waarna de deurbel opnieuw gaat. McC laat de nieuwe gasten binnen en stelt ze voor aan de gasten die al aan de Martini’s nippen. Op deze wijze laat McC negen gasten binnen, met als hoogtepunt, eregast en draaipunt in de opera: Generaal Ortega y Guadalupe. Op dat moment nemen de eerste gasten alweer afscheid: ‘Mrs. Wilderkunstein, General Ortge y Guadalupe. Good-bye, Mrs. Wilderkunstein.’ Als laatste neemt de generaal afscheid van de gastheer. De gastheer blijft alleen achter.

Alleen gastheer McC. zingt. De negen gasten zijn de zangers die eerder die avond te zien zijn geweest, zodat in deze laatste opera alle uitvoerenden samenkomen. De zangers hebben slechts enkele unisono How do you do’s en Good-bye’s te zingen. Verder schudden ze handen, lachen, spelen pantomime. Daarmee is deze opera volgens Lukas Foss ‘een theatrale abstractie van een cocktail party die teruggebracht is tot zijn kale kern: een bijeenkomst waar men welkom wordt geheten - en tot ziens wordt gewenst.’ Omdat alle zangers weer op toneel verschijnen, vormt deze opera een mooie afsluiting van het programma.

De opera is op 5 mei 1960 in première gegaan in New York onder leiding van Leonard Bernstein. De opera kan uitgevoerd worden in een versie voor kamerorkest, een versie voor twee piano’s en xylofoon of een versie voor twee piano’s. In het KamerOpera Project wordt gekozen voor de versie voor twee piano’s.

Meer informatie:
Crescendo and decrescendo in Lukas Foss’ Introductions and Goodbyes
an essay by Elizabeth Smith
Download deze tekst in PDF-formaat

Uitvoerenden

Esther Huisman (sopraan)
Esther Huisman studeerde in 2000 af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Rita Dams en Lenie van den Heuvel (hoofdvak solozang). Zij nam deel aan verschillende workshops en masterclasses van Meinard Kraak, Elly Ameling,
Diane Forlano, Barbara Pierson en Philip Curtis. Ze zong in het Groot Omroep Koor in verschillende projecten, en de Hohe Messe van J.S. Bach o.l.v.Ton Koopman. Zij is freelancer bij De Nederlandse Opera. Met pianist Jetze Dubbelman legde Esther zich toe op uitvoering van het Franse romantische lied. Tegenwoordig werkt zij samen met pianist Ian Gaukroger. Esther soleert regelmatig in grotere en kleinere produkties met koor en orkest, o.a. als Hanne in Die Jahreszeiten van Haydn, Ilia in Idomeneo van Mozart, en Giselda in I Lombardi van Verdi. Vanaf 2002 is Charles van Tassel van vocale coach.

'Ik doe mee aan het KamerOperaProject, omdat ik het repertoire bijzonder vind en de muziek prachtig. Ik vind het geweldig om met een aantal mensen over een iets langere periode gaandeweg de mogelijkheden van het materiaal en elkaar te ontdekken en naar een voorstelling toe te werken die rond en af is. Voor mezelf zie ik het vocaal maar vooral theatraal als een echte uitdaging. Het is erg fijn dat we met een goede regisseuse kunnen werken. Het concept van deze voorstelling vind ik spannend en inspirerend en ik heb hoge verwachtingen bij het eindresultaat. Ik denk dat het heel goed wordt.'

Jenny Haisma (sopraan)
In 1987 begon Jenny Haisma haar zangstudie aan het Leeuwarder Conservatorium bij Maria Rondèl. Erna studeerde zij bij alt/mezzo Sylvia Schlütter aan het Rotterdams Conservatorium. Na haar studie volgde zij lessen bij Ingrid Voermans volgens het Lichtenberger Institut, en momenteel volgt ze lessen bij Paula de Wit. Afgelopen jaren zong zij in cantates en passionen van Bach, Die Schöpfung van Haydn, de Messiah van Händel, het Requiem en missen van Mozart, de Paulus van Mendelssohn de petite Messe Solemnelle van Rossini en Ein Deutsches Requiem van Brahms. In samenwerking met het pianoduo Post en Mulder, Hafid Bouazza en David Dramm voerde zij ’Het monster met de twee ruggen’ uit. Jenny Haisma werkte mee aan de Nabucco van Verdi in Ahoy, Rotterdam en L’elisir d’amore van Donizetti in Spanga, Friesland. Ook was zij te zien in de productie Achnaton van P. Glass in samenwerking met het Nederlands Balletorkest. Daarin speelde ze een van de zes dochters van Achnaton. Jenny werkt als zangpedagoge in de Lutherse Kerk in Rotterdam en is ook verbonden aan Unisono/kunstgebouw en het Randstedelijk zanginstituut.

'Ik zie dit projekt als een leerprojekt. Om ervaring op te doen in het spelen in een opera. Hoe werkt het proces? Hoe komt een rol tot stand? Hoe vorm ik mijn karakter? De mogelijkheid om dit in Nederland te doen is gering. Ik ben dan ook erg blij met de mogelijkheid deze ervaring op te doen. We hebben beschikking over twee fantastische coaches. In een workshop setting werken we aan muziek en interpretatie, we verdiepen ons in het Verenigde Staten van de jaren 50. Hoewel we naast drie korte operaatjes een heel aantal liederen gaan vertolken, vormt het een geheel. De liederen passen wonderlijk goed bij de karakters, en vormen een aanvulling. Daarnaast ontmoet iedereen elkaar op verschillende momenten, en zullen ze steeds aanwezig zijn op het podium, met hun onderlinge verhoudingen en spanningen!'


Suzanne Lena (mezzosopraan)
Suzanne Lena is sinds 2005 leerling van Paula de Wit en volgde lessen bij Connie de Jongh. In 2004 nam ze deel aan een lied-masterclass van Margreet Honig en Kelvin Grout in Vredenburg te Utrecht. Eind 2004 gaf ze in de Laurenskerk te Rotterdam haar eerste klassieke recital met liederen van Schumann, Schubert en Brahms, begeleid door pianiste Eva-Maria Rauter. Suzanne studeerde jazz en pop aan de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht en is in 2002 aan het Rotterdams Conservatorium afgestudeerd in Braziliaanse muziek, waarna zij zich is gaan richten op een vervolgstudie in de klassieke muziek. Haar podium- en praktijkervaring heeft ze ondertussen opgedaan in de lichte sector, en stond als lid van de Edison- en Essent Award-winnende band Electro Côco in 2004 op o.a. het North Sea Jazz Festival en het Lowlands Festival. In 2005 trad zij op met Josee Koning en het Metropole Orkest in de Philharmonie te Haarlem. Verder schrijft zij als singer/songwriter (www.suzannelena.com) haar eigen muziek, waarin diverse invloeden te horen zijn.

'Ik doe mee met het KamerOperaProject, omdat het al een tijd mijn ultieme droom als zangeres is om in professionele operaproducties te zingen. Dit project is voor mij een unieke kans om onder begeleiding van zeer ervaren coaches te leren zingen en acteren tegelijkertijd. Ik geniet dan ook intens van het repeteren en instuderen, niet alleen dankzij de schitterende muziek, maar ook omdat m'n collega's ontzettend goed zijn. Dit inspireert enorm!'

Matthijs Frankena (tenor)
Matthijs Frankena heeft als kind lang viool gespeeld, en kwam pas tijdens zijn studie Chinees in aanraking met zang. Na een aanvankelijk aarzelend begin begon hij eerst met zangles bij Gertjan Arentsen, en heeft nu les bij Ron Murdock. Ook volgde hij workshops bij Paula de Wit. Met regisseur David Prins werkte hij aan gedurfd zingen en spelen. Op dit moment is hij o.a. lid van het Bachkoor Holland en het Liszt Ferenc Koor. Hij zong mee in het Viable Operakoor in de productie Nabucco. Hij kent een brede interesse, van Renaissance tot en met de 21e eeuw.

'Ik doe aan het KamerOperaProject mee, omdat er niet zo vaak een gelegenheid voorbij komt om zo intensief en met professionele begeleiding in een tijdmachine te stappen. Zo zie ik het project: als een verkenning van verlangens en neuroses van een halve eeuw geleden, en de kans te onderzoeken hoe actueel die in de 21e eeuw nog zijn.'

Emile van der Peet (tenor)
Emile van der Peet studeerde zang bij Mia Besselink en Frans Kokkelmans.
aan het Maastrichts Conservatorium, waar hij overigens ook klassiek saxofoon studeerde . Hij volgde masterclasses bij o.a. Robert Holl en Adrian Thompson. Na het conservatorium volgde hij lessen bij de Amerikaanse zangeres Sheila Barnes. Emile van der Peet zingt bij het vocaal ensemble Capella Isalana en was tenor-solist bij, met name, oratorium-uitvoeringen. Hij zong o.a. in Stainer’s “The Crucifixion” met het vocaal ensemble Haags Ad Hoc en met het Orchester Westdeutscher Symphoniker in Schubert's Es-dur Mis te Düsseldorf.

'Ik doe aan het KamerOperaProject mee, omdat het een erg veelzijdig project belooft te worden en daarmee een rijke ervaring kan opleveren. Niet alleen hebben de zangers operasolo’s en ensembles te zingen, maar bovendien worden die rollen ook nog eens uitgediept in bijpassende liederen die de operaatjes omlijsten. Dit is tegelijkertijd origineel en uitdagend.'

Frank Hermans (bariton)
Frank Hermans studeerde schoolmuziek en zang bij Hans Smout, Marius van Altena en Bernard Kruysen, en kerkmuziek aan het Brabants Conservatorium in Tilburg. Sinds 1996 volgt Frank zanglessen bij Paula de Wit en sinds 2004 wordt hij met enige regelmaat gecoacht door Jard van Nes. Cursussen volgde Frank onder andere bij Paula de Wit, David Wilson-Johnson en Jard van Nes. Sinds 2002 heeft Frank een vast duo met Frans van Tuijl (piano) met wie hij onlangs zijn tweede CD met romantisch liedrepertoire op nam. Binnenkort treden ze samen op voor de Stichting Muziek In Huis.
Frank werkt op Factorium in Tilburg en Oisterwijk als zangdocent en is daarin ook als freelancer actief. Verder zingt hij met enige regelmaat bij de koren van de Nederlandse Bach Vereniging en Ensemble Lyrique en treed hij regelmatig als solist op in oratoria in het zuiden van Nederland.

'Ik doe aan het KamerOpera Project mee, omdat ik behalve goed zingen, ook goed wil leren spelen. Een kleinschalige productie met ervaren coaches is voor mij dé manier om mij verder te profileren als (opera)zanger en mijn totale presentatie te verbeteren. Ook spreekt mij de mogelijkheid aan om met (jonge) collega's te werken aan modern repertoire op mooie locaties. Zoiets zou eigenlijk op iedere conservatoriumopleiding mogelijk moeten zijn ...'

Coert van den Berg (bas-bariton)
De bas Coert van den Berg behaalde zijn tweede-fase diploma in 2003 bij Felix Schoonenboom en Cora Canne Meyer. Momenteel wordt hij gecoacht door Charles van Tassel en Alison Pearce. Masterclasses volgde hij o.a. bij Charlotte Margiono, Roberta Alexander, Julia Hamari (Wenen), Max van Egmond en Jard van Nes. Coert is een veelgevraagd concertsolist, onder andere zong hij de Christuspartij in Bach’s Johannes-Passion en Mattheus-Passion en aria’s uit het Stabat Mater en Schöpfung van Haydn.
Hij verleent regelmatig zijn medewerking als ensemble-zanger in Cappella Amsterdam en De Nederlandse Bachvereniging. In zowel geënsceneerde als in concertante uitvoeringen is Coert onder meer te horen geweest als Sarastro in Mozart’s Zauberflöte, als Osmin in Mozart’s Der Entführung aus dem Serail, Charon in de Orfeo van Monteverdi en als Mustafa in Rossini’s L‘Italiana in Algeri. Ook deed hij mee aan verschilldende cd-opnames waaronder het requiem van Mozart, opera’s van Händel en hedendaagse muziek van o.a. Alex Manassen, Jan Vriend en Jan Welmers.

Jeroen Sarphati (piano)
Jeroen Sarphati studeerde piano bij Jan Wijn en liedbegeleiding bij Rudolf Jansen aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde masterclasses van zangers als Barbara Bonney en Robert Holl en van liedbegeleiders als Hartmut Höll en Irwin Gage. Hij was winnaar van de Vriendenkrans van het Concertgebouw in 1997 met Valerie Guillorit en in 2001 met Mattijs van de Woerd. Jeroen Sarphati gaf recitals in belangrijke zalen als de Beurs van Berlage, de Brusselse Muntschouwburg en de Hermitage te St. Petersburg. In het Concertgebouw was hij te horen met onder anderen Elly Ameling, Maarten Koningsberger en Xenia Meier. Hij speelde op onder meer het Gergiev Festival, het Rhijnauwen Kamermuziekfestival en in 2005 treedt hij op tijdens het Grachtenfestival en het Hortusfestival.

 

Kimball Huigens (piano)
Kimball Huigens begon zijn pianostudie bij twee Poolse pianopedagogen, achtereenvolgens Konrad Dabrovski en Hannah Sczeblevska. Vervolgens studeerde hij aan het Conservatorium van Amsterdam, tijdens de vooropleiding bij Marcel Baudet, en tijdens de eerste en tweede fase bij Håkon Austbø. Daarnaast volgde hij lessen bij Peter Feuchtwanger, Eugen Indic, Georgy Nador en Bernd Brackman. Ook volgt hij in Berlijn regelmatig masterclasses bij Yelena Richter, lerares aan het Moskou's conservatorium. 
Kimball speelde in de productie van 'Alice in wonderland' in Carré, en met het Mondriaankwartet in 'De man die zijn vrouw voor een hoed hield' van Michael Nyman. Hij geeft regelmatig concerten met de zangers Elisa Roep, Saskia Macris, Ruben Gerson, Charles Hens en Annet Lans. Kimball heeft een vast duo met saxofoniste Hester Cnossen en met celliste Christina Kellenberger en concerteerde met tal van andere solisten, onder wie Mikhail Zemtsov (altviool), Igor Orlovski (viool) en Stephan Heber (cello). Hij gaf concerten in de kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam, Vredenburg in Utrecht, de Ruïnekerk in Bergen, de Philipszaal in Eindhoven, de grote zaal van het conservatorium te Orléans, en het huis van de componisten in Yerevan (Armenië). 
Als solist heeft Kimball de speciale missie op zich genomen de muziek van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) in Nederland de roem te brengen die het volgens hem verdient. Hij speelde reeds een groot deel van diens pianosolorepertoire, zowel de kamermuziek als de liederen van Sjostakovitsj. Ter ere van Sjostakovitsj' 100 e geboortejaar voert Kimball Huigens in 2006 al zijn pianosolomuziek uit. In september 2006 organiseert hij een heel festival met kamermuziek, liederen en solowerken in Amsterdam, in de Beurs van Berlage, het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan 't IJ en het filmmuseum. Daarnaast speelt Kimball regelmatig pianorecitals met romantisch repertoire.

Elsina Jansen (operaregie)
Elsina Jansen studeerde theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en aan de University of Kent in Canterbury. Al tijdens de studie ging haar voorkeur uit naar kleinschalige opera en muziektheater. Ze maakte haar regiedebuut in 1999 met “La Voix Humaine” van Poulenc met sopraan Valérie Guillorit, dat o.a. in het Institut Néerlandais in Parijs speelde. In 2001 maakte zij met vier zangers en een pianist de voorstelling “De Rossini’s”. Deze voorstelling speelde o.a. op het Grachtenfestival 2001 in Amsterdam en in seizoen 2002/2003 in een aantal schouwburgen in Nederland. In de zomer van 2004 maakte zij met haar eigen stichting Opera op Zak de eenakter “Een Faun” van Gerald Cockshott in de tuin van Museum van Loon in Amsterdam. In augustus 2005 regisseerde zij “Hereneiland” van Joseph Horovitz , in samenwerking met het Grachtenfestival. Ook maakte ze voor datzelfde festival een muziektheatervoorstelling voor kinderen, “Pierlala”. Haar eerste grote zaalproductie, de opera “Nixon in China” van John Adams uitgevoerd in de Theaterfabriek in Amsterdam in juli 2005 kreeg lovende recensies in de landelijke pers. Tot haar toekomstplannen behoren de regie van een geënsceneerde liederenavond rond dichter Heinrich Heine, een voorstelling met Opera op Zak voor het kameroperafestival in 2007 en een grote nieuwe opera “Dulcinea” van componist Keith Beal in 2008.

Charles van Tassel (zangcoach)
Bariton. Na zijn debuut in Chicago met de Contemporary Players zong hij verschillende bariton-rollen in Duitse uitvoeringen van opera’s, operettes en musicals. In Nederland, waar hij sinds 1975 woont, heeft hij opgetreden met onder andere het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Residentie orkest, de Nederlandse Opera Stichting en de Nationale Reisopera. Hij trad op in het Holland Festival en werkte mee aan veel radio-, televisie- en plaat-opnames. Hij is bekend als liederen- en oratorium-zanger en als vertolker van hedendaags repertoire

Speellijst

13 januari 2007 20.30 uur - Theater Zwembad De Regentes – Den Haag
20 januari 2007 20.30 uur - Amstelkerk – Amsterdam
21 januari 2007 16.00 uur - Amstelkerk – Amsterdam
28 januari 2007 20.30 uur - Concordia – Enschede

Financiering

I’m very lonely in my way is een productie van Stichting Opera In Progress en Stichting Cantina Vocaal en wordt daarnaast ook financieel mogelijk gemaakt door Van Bylandt Stichting, J.C.P. Stichting, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds Amateurkunst en Podiumkunsten, Thuiskopiefonds, VSBfonds, Andriessen Piano’s-Vleugels, Theater De Regentes, Casema Cultuur Fonds en Gemeente Den Haag