Samuel Barber
(1910-1981)

Ned
Rorem (1923-)
Lukas Foss
(1922-)
Omslag van Andy
Warhol van eerste uitgave van A Hand of Bridge
(Schirmer, 1961)
<
Affiche van het
Festival dei due mondi, Spoleto 1959, waar A Hand of
Bridge in première gaat
Omslag van
eerste uitgave van partituur van Four Dialogues (Boosey
& Hawkes, 1969)
Omslag van
eerste uitgave van partituur van Introductions and
Goodbyes (Fischer, 1961)
Een portret van
Ned Rorem door Jean Cocteau
(1951)

Esther Huisman

Jenny Haisma

Suzanne Lena

Matthijs Frankena

Emile van der Peet

Frank Hermans

Coert van den Berg

Jeroen Sarphati

Kimball Huigens

Elsina Jansen

Charles van Tassel
I'm very lonely in my way
Programma

De kern
Het hart van het
programma bestaat uit A Hand of Bridge
van Samuel Barber (9 minuten), Four Dialogues
van Ned Rorem (20 minuten) en Introductions
& Goodbyes van Lukas Foss (9 minuten).
Om deze werken heen zijn liederen van Barber en Rorem
geprogrammeerd.
Tezamen geven de drie operaatjes een komische én
kritische blik op de Amerikaanse samenleving in de
jaren ’50 van de vorige eeuw. De muziek is direct
en toegankelijk geschreven. Het publiek ziet twee
pianisten en zeven zangers, te weten twee sopranen, een
mezzo-sopraan, twee tenoren en twee baritons. Elke
zanger heeft een rol in een van de drie kameroperaatjes
en zingt daarnaast enkele liederen van Rorem of Barber.
De zangers kunnen dus niet alleen in ensemble maar ook
solo beluisterd worden. De liederen zullen op subtiele
wijze in de enscenering van de operaatjes worden
getrokken.
Meer informatie over de muziekhistorische betekenis van de drie opera's:
I'm very lonely in my way,
een essay door Paul Oomens. Download deze tekst in PDF-formaat.
A Hand of Bridge
Vier vrienden spelen bridge aan een
vierkante tafel. De opera begint met het kaartspel
zelf, maar al snel verschuift de aandacht naar wat elk
van de vier écht bezig houdt. Sally (mezzo-sopraan) kan
aan niet anders denken dan een exuberante hoed die ze
wil kopen: ‘I think I’ll buy that hat
of peacock feathers.’ Haar echtgenoot, Bill
(tenor), vraagt zich af of Sally weet heeft van zijn
overspel met de schone Cymbeline: ‘Cymbeline,
Cymbeline, where are you tonight?’ Geraldine
(sopraan) voelt zich in de steek gelaten door zowel
echtgenoot David als voormalige minnaar Bill. Weemoedig
vraagt ze zich af waarom ze niet meer tijd heeft
gevonden om voor haar stervende moeder te zorgen. David
(bariton), tenslotte, vastgelopen in zijn werk,
dagdroomt over naakte, Nubische slavinnen en een
marteling van zijn baas Mr. Pritchett. Maar, tegen het
einde van de opera, geeft David toe dat zijn leven er
niet heel veel anders uitziet als hij rijk zou zijn:
‘… if I were rich as Morgan, I’d
still play bridge each evening with Sally and
Bill—or Mr. Pritchett…’
Bedoeld voor vier zangers en kamerorkest, zal de opera
uitgevoerd worden in een versie met uitsluitend
pianobegeleiding. De componist heeft zelf deze
pianobewerking gemaakt. De opera is in première gegaan
op 17 juni 1959 in Spoleto (Italië).
Meer informatie:
Looking behind the faces in Samuel
Barber’s A Hand of Bridge
an essay by Elizabeth
Smith
Download deze tekst in PDF-formaat
Four Dialogues
Een man ontmoet een vrouw in de metro.
Terwijl twee piano’s een sfeerbeeld oproepen van
piepende metrostellen, slaan man en vrouw luidruchtig
aan het flirten. Aantrekken en afstoten. De scène
eindigt met een absurde wending: ‘[Woman]
… you must stop this or I’ll probably
smother, and I am already engaged to be married to
another. [Man] Then you’ll come? [Woman] Yes,
I’ll come.’
De tweede scène is een verleidingscène in een auto op
een parkeerplaats op een luchthaven: [Woman] What a
lovely car! What a lovely parking lot!’ De
twee piano’s laten een luie wals horen, terwijl
de sopraan bezwijkt voor de tenor en vice versa.
Zonder pauze ontvlamt in de derde scène een echtelijke
ruzie: kletterende klavieren, schreeuwende vrouw,
grommende man. En dat allemaal naar aanleiding van het
verwijt dat hij haar maakt over een gekreukte krant. ‘[Man] Do you have an idea of my kind of
annoyance?’ Een ruzie om niks, maar ongekend
fel.
Tenslotte, in de vierde scène, gaan de twee uit elkaar.
De man vertrekt naar Spanje en de vrouw blijft achter
in New York. Over de oceaan zingen ze naar en over
elkaar. Beiden verwonderen zich over liefde, jaloezie
en wat ze het beste kunnen gaan doen. En alles eindigt
in stille emotie. In een mooi slotduet durft zij haar
gevoelens het meest direct te benoemen: ‘I’m very lonely in my way.’
Hij houdt het op het stoere: ‘… though
it’s lonely in its way.’ Aan dit
slotduet is de titel van de productie ontleend.
De opera is in première gegaan in een privé-paleis op
23 maart 1955 in Rome. Ned Rorem schreef de partituur
voor twee zangers en twee piano’s en het is ook
in deze oorspronkelijke versie dat het operaatje wordt
uitgevoerd.
Meer informatie:
Four Dialogues: I’m very lonely
in Rorem’s way
an essay by Elizabeth Smith
Download deze tekst in PDF-formaat
Introductions & Goodbyes
Een ober prepareert een tafel. Hij mixt
Martini’s, poetst en zet glazen klaar. Hij
verdwijnt. De heer McC. (bariton) verschijnt,
inspecteert de tafel. De deurbel gaat. McC opent de
deur en verwelkomt Miss Addington-Stitch en graaf De la
Tour-Tournée. ‘How do you do, Miss
Addington-Stitch. How do you do, Comte de la
Tour-Tournée.’ Hij laat het echtpaar binnen,
waarna de deurbel opnieuw gaat. McC laat de nieuwe
gasten binnen en stelt ze voor aan de gasten die al aan
de Martini’s nippen. Op deze wijze laat McC negen
gasten binnen, met als hoogtepunt, eregast en draaipunt
in de opera: Generaal Ortega y Guadalupe. Op dat moment
nemen de eerste gasten alweer afscheid: ‘Mrs.
Wilderkunstein, General Ortge y Guadalupe. Good-bye,
Mrs. Wilderkunstein.’ Als laatste neemt de
generaal afscheid van de gastheer. De gastheer blijft
alleen achter.
Alleen gastheer McC. zingt. De negen gasten zijn de
zangers die eerder die avond te zien zijn geweest,
zodat in deze laatste opera alle uitvoerenden
samenkomen. De zangers hebben slechts enkele unisono
How do you do’s en Good-bye’s te zingen. Verder schudden ze
handen, lachen, spelen pantomime. Daarmee is deze opera
volgens Lukas Foss ‘een theatrale abstractie
van een cocktail party die teruggebracht is tot zijn
kale kern: een bijeenkomst waar men welkom wordt
geheten - en tot ziens wordt gewenst.’ Omdat
alle zangers weer op toneel verschijnen, vormt deze
opera een mooie afsluiting van het programma.
De opera is op 5 mei 1960 in première gegaan in New
York onder leiding van Leonard Bernstein. De opera kan
uitgevoerd worden in een versie voor kamerorkest, een
versie voor twee piano’s en xylofoon of een
versie voor twee piano’s. In het KamerOpera
Project wordt gekozen voor de versie voor twee
piano’s.
Meer informatie:
Crescendo and decrescendo in Lukas
Foss’ Introductions and
Goodbyes
an essay by
Elizabeth Smith
Download deze tekst in PDF-formaat
Uitvoerenden
Esther Huisman (sopraan)
Esther Huisman studeerde in 2000 af aan het Koninklijk
Conservatorium in Den Haag bij Rita Dams en Lenie van
den Heuvel (hoofdvak solozang). Zij nam deel aan
verschillende workshops en masterclasses van Meinard
Kraak, Elly Ameling,
Diane Forlano, Barbara
Pierson en Philip Curtis. Ze zong in het Groot Omroep
Koor in verschillende projecten, en de Hohe Messe van
J.S. Bach o.l.v.Ton Koopman. Zij is freelancer bij De
Nederlandse Opera. Met pianist Jetze Dubbelman legde
Esther zich toe op uitvoering van het Franse
romantische lied. Tegenwoordig werkt zij samen met
pianist Ian Gaukroger. Esther soleert regelmatig in
grotere en kleinere produkties met koor en orkest, o.a.
als Hanne in Die Jahreszeiten van Haydn, Ilia in
Idomeneo van Mozart, en Giselda in I Lombardi van
Verdi. Vanaf 2002 is Charles van Tassel van vocale
coach.
'Ik doe mee aan het
KamerOperaProject, omdat ik het repertoire bijzonder
vind en de muziek prachtig. Ik vind het geweldig om met
een aantal mensen over een iets langere periode
gaandeweg de mogelijkheden van het materiaal en elkaar
te ontdekken en naar een voorstelling toe te werken die
rond en af is. Voor mezelf zie ik het vocaal maar
vooral theatraal als een echte uitdaging. Het is erg
fijn dat we met een goede regisseuse kunnen werken. Het
concept van deze voorstelling vind ik spannend en
inspirerend en ik heb hoge verwachtingen bij het
eindresultaat. Ik denk dat het heel goed wordt.'
Jenny Haisma (sopraan)
In 1987 begon Jenny Haisma haar zangstudie aan het
Leeuwarder Conservatorium bij Maria Rondèl. Erna
studeerde zij bij alt/mezzo Sylvia Schlütter aan het
Rotterdams Conservatorium. Na haar studie volgde zij
lessen bij Ingrid Voermans volgens het Lichtenberger
Institut, en momenteel volgt ze lessen bij Paula de
Wit. Afgelopen jaren zong zij in cantates en passionen
van Bach, Die Schöpfung van Haydn, de Messiah van
Händel, het Requiem en missen van Mozart, de Paulus van
Mendelssohn de petite Messe Solemnelle van Rossini en
Ein Deutsches Requiem van Brahms. In samenwerking met
het pianoduo Post en Mulder, Hafid Bouazza en David
Dramm voerde zij ’Het monster met de twee
ruggen’ uit. Jenny Haisma werkte mee aan de
Nabucco van Verdi in Ahoy, Rotterdam en L’elisir
d’amore van Donizetti in Spanga, Friesland. Ook
was zij te zien in de productie Achnaton van P. Glass
in samenwerking met het Nederlands Balletorkest. Daarin
speelde ze een van de zes dochters van Achnaton. Jenny
werkt als zangpedagoge in de Lutherse Kerk in Rotterdam
en is ook verbonden aan Unisono/kunstgebouw en het
Randstedelijk zanginstituut.
'Ik zie dit projekt als een leerprojekt. Om ervaring op te doen in het spelen in een opera. Hoe werkt het proces? Hoe komt een rol tot stand? Hoe vorm ik mijn karakter? De mogelijkheid om dit in Nederland te doen is gering. Ik ben dan ook erg blij met de mogelijkheid deze ervaring op te doen. We hebben beschikking over twee fantastische coaches. In een workshop setting werken we aan muziek en interpretatie, we verdiepen ons in het Verenigde Staten van de jaren 50. Hoewel we naast drie korte operaatjes een heel aantal liederen gaan vertolken, vormt het een geheel. De liederen passen wonderlijk goed bij de karakters, en vormen een aanvulling. Daarnaast ontmoet iedereen elkaar op verschillende momenten, en zullen ze steeds aanwezig zijn op het podium, met hun onderlinge verhoudingen en spanningen!'
Suzanne Lena (mezzosopraan)
Suzanne Lena is sinds 2005 leerling van Paula de Wit en
volgde lessen bij Connie de Jongh. In 2004 nam ze deel
aan een lied-masterclass van Margreet Honig en Kelvin
Grout in Vredenburg te Utrecht. Eind 2004 gaf ze in de
Laurenskerk te Rotterdam haar eerste klassieke recital
met liederen van Schumann, Schubert en Brahms, begeleid
door pianiste Eva-Maria Rauter. Suzanne studeerde jazz
en pop aan de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht en
is in 2002 aan het Rotterdams Conservatorium
afgestudeerd in Braziliaanse muziek, waarna zij zich is
gaan richten op een vervolgstudie in de klassieke
muziek. Haar podium- en praktijkervaring heeft ze
ondertussen opgedaan in de lichte sector, en stond als
lid van de Edison- en Essent Award-winnende band
Electro Côco in 2004 op o.a. het North Sea Jazz
Festival en het Lowlands Festival. In 2005 trad zij op
met Josee Koning en het Metropole Orkest in de
Philharmonie te Haarlem. Verder schrijft zij als
singer/songwriter (www.suzannelena.com) haar eigen
muziek, waarin diverse invloeden te horen zijn.
'Ik doe mee met het KamerOperaProject, omdat het al een tijd mijn ultieme droom als zangeres is om in professionele operaproducties te zingen. Dit project is voor mij een unieke kans om onder begeleiding van zeer ervaren coaches te leren zingen en acteren tegelijkertijd. Ik geniet dan ook intens van het repeteren en instuderen, niet alleen dankzij de schitterende muziek, maar ook omdat m'n collega's ontzettend goed zijn. Dit inspireert enorm!'
Matthijs Frankena (tenor)
Matthijs Frankena heeft als kind lang viool gespeeld,
en kwam pas tijdens zijn studie Chinees in aanraking
met zang. Na een aanvankelijk aarzelend begin begon hij
eerst met zangles bij Gertjan Arentsen, en heeft nu les
bij Ron Murdock. Ook volgde hij workshops bij Paula de
Wit. Met regisseur David Prins werkte hij aan gedurfd
zingen en spelen. Op dit moment is hij o.a. lid van het
Bachkoor Holland en het Liszt Ferenc Koor. Hij zong mee
in het Viable Operakoor in de productie Nabucco. Hij
kent een brede interesse, van Renaissance tot en met de
21e eeuw.
'Ik doe aan het
KamerOperaProject mee, omdat er niet zo vaak een
gelegenheid voorbij komt om zo intensief en met
professionele begeleiding in een tijdmachine te
stappen. Zo zie ik het project: als een verkenning van
verlangens en neuroses van een halve eeuw geleden, en
de kans te onderzoeken hoe actueel die in de 21e eeuw
nog zijn.'
Emile van der Peet (tenor)
Emile van der Peet studeerde zang bij Mia Besselink en
Frans Kokkelmans.
aan het Maastrichts Conservatorium, waar hij overigens
ook klassiek saxofoon studeerde . Hij volgde
masterclasses bij o.a. Robert Holl en Adrian Thompson.
Na het conservatorium volgde hij lessen bij de
Amerikaanse zangeres Sheila Barnes. Emile van der Peet
zingt bij het vocaal ensemble Capella Isalana en was
tenor-solist bij, met name, oratorium-uitvoeringen. Hij
zong o.a. in Stainer’s “The
Crucifixion” met het vocaal ensemble Haags Ad Hoc
en met het Orchester Westdeutscher Symphoniker in
Schubert's Es-dur Mis te Düsseldorf.
'Ik doe aan het
KamerOperaProject mee, omdat het een erg veelzijdig
project belooft te worden en daarmee een rijke ervaring
kan opleveren. Niet alleen hebben de zangers
operasolo’s en ensembles te zingen, maar
bovendien worden die rollen ook nog eens uitgediept in
bijpassende liederen die de operaatjes omlijsten. Dit
is tegelijkertijd origineel en uitdagend.'
Frank Hermans (bariton)
Frank Hermans studeerde schoolmuziek en zang bij Hans
Smout, Marius van Altena en Bernard Kruysen, en
kerkmuziek aan het Brabants Conservatorium in Tilburg.
Sinds 1996 volgt Frank zanglessen bij Paula de Wit en
sinds 2004 wordt hij met enige regelmaat gecoacht door
Jard van Nes. Cursussen volgde Frank onder andere bij
Paula de Wit, David Wilson-Johnson en Jard van Nes.
Sinds 2002 heeft Frank een vast duo met Frans van Tuijl
(piano) met wie hij onlangs zijn tweede CD met
romantisch liedrepertoire op nam. Binnenkort treden ze
samen op voor de Stichting Muziek In Huis.
Frank werkt op Factorium in Tilburg en Oisterwijk als
zangdocent en is daarin ook als freelancer actief.
Verder zingt hij met enige regelmaat bij de koren van
de Nederlandse Bach Vereniging en Ensemble Lyrique en
treed hij regelmatig als solist op in oratoria in het
zuiden van Nederland.
'Ik doe aan het
KamerOpera Project mee, omdat ik behalve goed zingen,
ook goed wil leren spelen. Een kleinschalige productie
met ervaren coaches is voor mij dé manier om mij verder
te profileren als (opera)zanger en mijn totale
presentatie te verbeteren. Ook spreekt mij de
mogelijkheid aan om met (jonge) collega's te werken aan
modern repertoire op mooie locaties. Zoiets zou
eigenlijk op iedere conservatoriumopleiding mogelijk
moeten zijn ...'
Coert van den Berg (bas-bariton)
De bas Coert van den Berg behaalde zijn tweede-fase diploma in 2003 bij Felix Schoonenboom en Cora Canne Meyer.
Momenteel wordt hij gecoacht door Charles van Tassel en Alison Pearce.
Masterclasses volgde hij o.a. bij Charlotte Margiono, Roberta Alexander, Julia Hamari (Wenen), Max van Egmond en Jard van Nes.
Coert is een veelgevraagd concertsolist, onder andere zong hij de Christuspartij in Bach’s Johannes-Passion en Mattheus-Passion en aria’s uit het Stabat Mater en Schöpfung van Haydn.
Hij verleent regelmatig zijn medewerking als ensemble-zanger in Cappella Amsterdam en De Nederlandse Bachvereniging.
In zowel geënsceneerde als in concertante uitvoeringen is Coert onder meer te horen geweest als Sarastro in Mozart’s Zauberflöte, als Osmin in Mozart’s Der Entführung aus dem Serail, Charon in de Orfeo van Monteverdi en als Mustafa in Rossini’s L‘Italiana in Algeri.
Ook deed hij mee aan verschilldende cd-opnames waaronder het requiem van Mozart, opera’s van Händel en hedendaagse muziek van o.a. Alex Manassen, Jan Vriend en Jan Welmers.
Jeroen Sarphati (piano)
Jeroen Sarphati studeerde piano bij Jan Wijn en
liedbegeleiding bij Rudolf Jansen aan het Amsterdams
Conservatorium. Hij volgde masterclasses van zangers
als Barbara Bonney en Robert Holl en van
liedbegeleiders als Hartmut Höll en Irwin Gage. Hij was
winnaar van de Vriendenkrans van het Concertgebouw in
1997 met Valerie Guillorit en in 2001 met Mattijs van
de Woerd. Jeroen Sarphati gaf recitals in belangrijke
zalen als de Beurs van Berlage, de Brusselse
Muntschouwburg en de Hermitage te St. Petersburg. In
het Concertgebouw was hij te horen met onder anderen
Elly Ameling, Maarten Koningsberger en Xenia Meier. Hij
speelde op onder meer het Gergiev Festival, het
Rhijnauwen Kamermuziekfestival en in 2005 treedt hij op
tijdens het Grachtenfestival en het Hortusfestival.
Kimball Huigens (piano)
Kimball Huigens begon zijn pianostudie bij twee Poolse
pianopedagogen, achtereenvolgens Konrad Dabrovski en
Hannah Sczeblevska. Vervolgens studeerde hij aan het
Conservatorium van Amsterdam, tijdens de vooropleiding
bij Marcel Baudet, en tijdens de eerste en tweede fase
bij Håkon Austbø. Daarnaast volgde hij lessen bij Peter
Feuchtwanger, Eugen Indic, Georgy Nador en Bernd
Brackman. Ook volgt hij in Berlijn regelmatig
masterclasses bij Yelena Richter, lerares aan het
Moskou's conservatorium.
Kimball speelde in de
productie van 'Alice in wonderland' in Carré, en met
het Mondriaankwartet in 'De man die zijn vrouw voor een
hoed hield' van Michael Nyman. Hij geeft regelmatig
concerten met de zangers Elisa Roep, Saskia Macris,
Ruben Gerson, Charles Hens en Annet Lans. Kimball heeft
een vast duo met saxofoniste Hester Cnossen en met
celliste Christina Kellenberger en concerteerde met tal
van andere solisten, onder wie Mikhail Zemtsov
(altviool), Igor Orlovski (viool) en Stephan Heber
(cello). Hij gaf concerten in de kleine zaal van het
Concertgebouw te Amsterdam, Vredenburg in Utrecht, de
Ruïnekerk in Bergen, de Philipszaal in Eindhoven, de
grote zaal van het conservatorium te Orléans, en het
huis van de componisten in Yerevan (Armenië).
Als solist heeft Kimball de speciale missie op
zich genomen de muziek van Dmitri Sjostakovitsj
(1906-1975) in Nederland de roem te brengen die het
volgens hem verdient. Hij speelde reeds een groot deel
van diens pianosolorepertoire, zowel de kamermuziek als
de liederen van Sjostakovitsj. Ter ere van
Sjostakovitsj' 100 e geboortejaar voert Kimball Huigens
in 2006 al zijn pianosolomuziek uit. In september 2006
organiseert hij een heel festival met kamermuziek,
liederen en solowerken in Amsterdam, in de Beurs van
Berlage, het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan 't IJ
en het filmmuseum. Daarnaast speelt Kimball regelmatig
pianorecitals met romantisch repertoire.
Elsina Jansen (operaregie)
Elsina Jansen studeerde theaterwetenschap aan de
Universiteit van Amsterdam en aan de University of Kent
in Canterbury. Al tijdens de studie ging haar voorkeur
uit naar kleinschalige opera en muziektheater. Ze
maakte haar regiedebuut in 1999 met “La Voix
Humaine” van Poulenc met sopraan Valérie
Guillorit, dat o.a. in het Institut Néerlandais in
Parijs speelde. In 2001 maakte zij met vier zangers en
een pianist de voorstelling “De
Rossini’s”. Deze voorstelling speelde o.a.
op het Grachtenfestival 2001 in Amsterdam en in seizoen
2002/2003 in een aantal schouwburgen in Nederland. In
de zomer van 2004 maakte zij met haar eigen stichting
Opera op Zak de eenakter “Een Faun” van
Gerald Cockshott in de tuin van Museum van Loon in
Amsterdam. In augustus 2005 regisseerde zij
“Hereneiland” van Joseph Horovitz , in
samenwerking met het Grachtenfestival. Ook maakte ze
voor datzelfde festival een muziektheatervoorstelling
voor kinderen, “Pierlala”. Haar eerste
grote zaalproductie, de opera “Nixon in
China” van John Adams uitgevoerd in de
Theaterfabriek in Amsterdam in juli 2005 kreeg lovende
recensies in de landelijke pers. Tot haar
toekomstplannen behoren de regie van een geënsceneerde
liederenavond rond dichter Heinrich Heine, een
voorstelling met Opera op Zak voor het
kameroperafestival in 2007 en een grote nieuwe opera
“Dulcinea” van componist Keith Beal in
2008.
Charles van Tassel (zangcoach)
Bariton. Na zijn debuut in Chicago met de Contemporary
Players zong hij verschillende bariton-rollen in Duitse
uitvoeringen van opera’s, operettes en musicals.
In Nederland, waar hij sinds 1975 woont, heeft hij
opgetreden met onder andere het Concertgebouworkest,
het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Residentie
orkest, de Nederlandse Opera Stichting en de Nationale
Reisopera. Hij trad op in het Holland Festival en
werkte mee aan veel radio-, televisie- en
plaat-opnames. Hij is bekend als liederen- en
oratorium-zanger en als vertolker van hedendaags
repertoire
Speellijst
13 januari 2007 20.30 uur - Theater Zwembad De Regentes – Den Haag
20 januari 2007 20.30 uur - Amstelkerk – Amsterdam
21 januari 2007 16.00 uur - Amstelkerk – Amsterdam
28 januari 2007 20.30 uur - Concordia – Enschede
Financiering
I’m very lonely in my way is een productie van Stichting Opera In Progress en Stichting Cantina Vocaal en wordt daarnaast ook financieel mogelijk gemaakt door Van Bylandt Stichting, J.C.P. Stichting, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds Amateurkunst en Podiumkunsten, Thuiskopiefonds, VSBfonds, Andriessen Piano’s-Vleugels, Theater De Regentes, Casema Cultuur Fonds en Gemeente Den Haag