Een kameropera is een korte, gecomponeerde vorm van muziektheater. Een kameropera duurt niet lang en/of wordt door een opvallend klein ensemble begeleid. Soms zien we alleen maar een piano en een paar zangers. Vaak gaat het om repertoire dat na 1900 is gecomponeerd, maar de term wordt ook wel gebruikt voor 18de eeuwse werken, meestal van lichtere genres als Singspiele en opera buffa.


Korte opera's

Van 1045 opera's uit de database van Opera In Progress is de duur bekend. Van deze opera's zijn er 195 die korter dan een uur duren. Als we vervolgens nagaan wanneer deze korte opera's zijn gecomponeerd, blijkt dat zowel in absolute als in relatieve zin de meeste korte opera's in de 20ste eeuw zijn geschreven. De 19de eeuw kan vooralsnog worden beschouwd als de eeuw waarin relatief gezien de minste korte opera's zijn geschreven.


Figuur 1 Ontwikkeling van de korte opera in de loop van de operageschiedenis,

als % van het totale aantal opera's uit de desbetreffende eeuw waarvan de duur bekend is.

Deze uitkomst is enigszins verrassend. Een belangrijke episode in de geschiedenis van de opera is immers de ontwikkeling van het intermezzo en, later, de opera buffa in de 18de eeuw: kortdurende, vaak humoristische opera's die aanvankelijk vooral tijdens pauzes van een lange opera seria werden uitgevoerd. Deze kleine opera's gingen hun eigen leven leiden en werden onder de burgerij opgevoerd door rondreizende gezelschappen, waarvan de bekendste die van Pergolesi (La Serva Padrone) was.
Uit figuur 1 blijkt dat de korte opera in de 18de eeuw in ieder geval al net zo vaak voorkwam als al in de 17de eeuw en in ieder geval flink moest opboksen tegen een grote overmacht van lange opera's. Hebben we hier te maken met een meetprobleem? Hiervan zou sprake zijn als we van intermezzi en opera buffa's relatief vaak niet zouden weten hoe lang deze werken duren. Maar nee, daar is geen sprake van. Integendeel: van 4 % van alle 18de eeuwse intermezzi en opera buffa's weten we de duur tegenover 2 % van alle 18de eeuwse opera's samen. Conclusie: de 18de eeuwse korte opera's zijn eerder nog oververtegenwoordigd in figuur 1 dan ondervertegenwoordigd. Verreweg de meeste producties uit de 18de eeuw namen dus meer dan een uur in beslag.

Na een opvallend dieptepunt in de 19de eeuw (7 %), neemt pas in de 20ste eeuw het aandeel van kortdurende opera's pas echt significant toe. Ruim een op de vier opera's (26 %) duurt in de 20ste eeuw korter dan een uur, tegenover een op de veertien in de 19de eeuw. Ook hier zit een kleine verrassing voor de operaliefhebber verborgen. De bekendste korte 20ste eeuwse opera's zijn de 'paar-minuten-opera's' van Milhaud uit de jaren '20 en de Amerikaans-realistische scènes van Menotti. Maar verrassenderwijs is een relatief groot aandeel van de korte opera's in de 20ste eeuw juist geschreven in de jaren tussen 1950 en 1975 (figuur 2).


Figuur 2 Aantal korte opera's in de loop van de 20ste eeuw, 
als % van het totale aantal opera's uit het desbetreffende tijdvak van 25 jaar waarvan de duur bekend is.