Van de 25411 opera’s in de database van KamerOperaProject behoren er welgeteld 1498 tot het genre van opéra comique (6 %). Dat is veel voor een genre. Ter vergelijking: van de opera buffa telt de database er 299, van de opera seria 1046. De onderstaande figuur illustreert de opkomst en verval van het genre van opera comique ten opzichte van andere genres.
Figuur 1 Opkomst en verval van verschillende operagenres (aantallen per tijdvak)
Verreweg de meeste opéra comiques komen natuurlijk uit Frankrijk (93%), op grote afstand gevolgd door Duitsland (3%), België (2%). Ook zijn er wel enkele opéra comiques in première gegaan in Rusland, Oostenrijk en Zwitserland. Christian Friedrich Ruppe schreef in 1804 als eerste Nederlander een opéra comique (Galatée). Verder is het erg dun gezaaid met Nederlandse ambities op dit terrein, Van Bree en Van der Does uitgezonderd in de 19de eeuw. In 1951 ging nog wel een opéra comique van Jean Francaix in première tijdens het Holland Festival.
De eerste opera die als opéra comique in de annalen staat is Le retour du printemps van Marc-Antoine Charpentier, maar helemaal eerlijk is dit niet. François-André Danican Philidor maakt in 1756 namelijk een bewerking van dit werk en het is alleen die bewerking die de naam opéra comique verdient, niet het origineel. Het origineel wordt overigens verloren gewaand.
In 2010 heeft Opera In Progress in opdracht van BarokOpera Amsterdam onderzoek verricht naar interessante opera comiques die in Nederlandse vertaling zouden zijn gezongen in Nederland of Vlaanderen. Bij deze gelegenheid stuitten we op twee partituren van André-Modeste Grétry in een vertaling van Bartolomeus Roelofs. Eén ervan zal in productie worden genomen in 2012-2013 door BarokOpera Amsterdam in een samenwerking met OperaZuid. Een try-out is te zien op het festival van Alden Biesen in Vlaanderen in juni 2011.